Waarom zes punten?
De schouder- en heupbanden houden de romp vast. De twee kruisbanden beperken het risico dat het lichaam onder de heupband schuift.
Gids voor gordelmontage
Een racegordel houdt je lichaam op de juiste plek tijdens een impact. De werking hangt af van bandgeleiding, bevestigingshoeken, gesp en afstelling. Lees hoe een zespuntsgordel samenwerkt met de stoel en een FHR-systeem.
Lees over correcte montageKernpunt
Een gordel is een precisie-instrument. Een band die te hoog, te laag of gedraaid loopt, kan de belasting op het lichaam veranderen.
01 · Anatomie
De zes banden verdelen de belasting over schouders, bekken en bovenbenen. Beweeg over een label voor een korte uitleg.
De schouder- en heupbanden houden de romp vast. De twee kruisbanden beperken het risico dat het lichaam onder de heupband schuift.
Span de banden zittend in de racepositie. Ze moeten vlak liggen, nergens draaien en stevig aansluiten zonder ademhaling of beweging te blokkeren.
Een gordel werkt als geheel.
Band, stoel, bevestigingspunt en FHR moeten bij elkaar passen.
02 · Normering
De norm beschrijft onder meer de bandconstructie, de gesp en de weerstand tegen verlenging. Controleer altijd het actuele sportreglement van jouw klasse.
| Onderdeel | Waar je op let | Praktische betekenis |
|---|---|---|
| Bandmateriaal | Breedte, stiksel en slijtage | De band moet vlak lopen en zijn vorm behouden. |
| Gesp | Drukknop of draaimechanisme | De ontgrendeling moet bereikbaar zijn met racehandschoenen. |
| Label | FIA-markering en fabricagedatum | Leesbaarheid helpt bij controle van de geldigheid. |
| Levensduur | Reglement en datum op het label | In veel toepassingen geldt vijf jaar vanaf fabricage; controleer de eigen klasse. |
Homologatie is geen montagebewijs. Een FIA-gordel kan alleen goed functioneren wanneer de bevestigingsogen, hoeken, stoel en geleiding correct zijn gekozen. KNAF-regels kunnen per discipline aanvullende eisen stellen.
03 · Montage
Monteer vanuit de zitpositie. De band moet in een rechte lijn naar het bevestigingspunt lopen, zonder scherpe rand of onverwachte knik.
Richtwaarde: 0° tot -20° ten opzichte van horizontaal. Te steil naar beneden verhoogt de druk op de schouders.
0° tot -20°Richtwaarde: 45° tot 60° naar achteren. De band hoort laag over het bekken te liggen, niet over de buik.
45° tot 60°Stevige ankers
Gebruik geschikte bevestigingsogen, doorgaans M10 of groter, met steunplaten waar de constructie dat vraagt.
Kruisbanden
Laat ze door de daarvoor bedoelde stoelopening lopen. De lengte moet afstelling zonder drukpunten mogelijk maken.
Geen gedraaide banden
Een verdraaiing verandert het contactvlak en kan de band op een verkeerde plek laten drukken.
04 · FHR-integratie
De schouderbanden horen precies over de daarvoor bestemde geleiders van het FHR-device te lopen. Zo blijft de positie van de banden voorspelbaar bij een belasting.
Eerst aantrekken, daarna controleren. De banden mogen niet onder of naast het device lopen en mogen nergens verdraaid zijn.
Foute FHR-gordelgeleiding kan de belasting op de schouders vergroten. Volg de montage-instructies van het gebruikte systeem.
05 · Disciplineverschillen
De auto bepaalt waar de ankers komen. Het reglement bepaalt wat is toegestaan.
De gordels zitten vaak direct aan het chassis. De cockpit is krap, waardoor bandhoeken en gespbediening extra nauwkeurig moeten worden gecontroleerd.
Een racekuip, rolkooi en interieurversterking beïnvloeden de positie van de bevestigingspunten. Zespuntsgordels zijn hier gebruikelijk.
Bestuurder en navigator moeten de ontgrendeling snel kunnen bedienen. Een vierpuntsconfiguratie kan in sommige klassen zijn toegestaan; controleer het actuele reglement.
De standaard bevestigingspunten en de kooi bepalen hoeveel aanpassing nodig is. Een fabrieksgordel is geen automatisch geschikt race-anker.
06 · Voor elke rit
Een korte controle kost weinig tijd. Voer haar uit voordat je de pitstraat in rijdt.
Na een zware crash vervangen.
Gordels kunnen intern zijn uitgerekt terwijl de schade aan de buitenkant nauwelijks zichtbaar is.
Controleer rafels, sneden, verkleuring en harde vouwen.
De gesp moet soepel sluiten en zonder hapering ontgrendelen.
Controleer ogen, bouten, steunplaten en zichtbare speling.
De banden liggen vlak en lopen correct door de stoel en FHR-geleiders.
De FIA-markering en fabricagedatum zijn leesbaar en passen bij het reglement.
Praktisch toegepast
Lees de controlepunten opnieuw naast je auto en vergelijk ze met het reglement van jouw discipline. Bij twijfel laat je de installatie beoordelen door een deskundige monteur.